Laatste nieuws
7 november 2017
Een Afghaanse vluchtelinge in Nederland inspireert tot vrouwelijk leiderschap.

 meer
5 november 2017
Vrouwenstudie in Kabul

 meer

 19 oktober 2017Afghaanse meisjes nog geen betere toegang tot school na 16 jaar VS-invasie.

 meer
5 oktober 2017
Afghaanse vluchtelingen die worden terug gestuurd zijn in gevaar.
 meer
16 september 2017
Hoe jongeren een nieuw leven kunnen opbouwen in UK.
 meer
21 augustus 2017
Een regionale vredesconferentie
 meer
1 augustus 2017:
Afghaans restaurant in Tilburg
 meer
15 mei 2017
Kinderen op de vlucht
 meer
2 maart 2017
Vrouwen in Afghanistan
 meer

 22 november 2016  Afghanistan is een soap die goed afloopt. 

 meer
10 juni 2016
Verlichte beweging zet Afghanistan onder hoogspanning.
 meer

Reisverslag van Janny december 2006

Kabul in de winter.
Het heeft gesneeuwd.
Het is prachtig buiten.
Een wereld met veel geweld, met veel armoede, met veel lelijks en kapots, toegedekt met een glinsterend wit en zacht laagje.
Overal wordt de sneeuw van de daken van de huizen geschoven. Want als de laag te dik wordt, storten de daken in.

Binnen in het Nahidhuis zijn de kinderen aan het spelen met rummikub en mens-erger-je-niet en met puzzels. De vrouwen kletsen. Schoonmaken doen ze om 6 uur ’s morgens.
Ik ruik gebakken uien: het eten wordt klaar gemaakt door de vrouw die aan de beurt is. Andere moeten dan weer afwassen. Alles volgens schema. Alles in het huis gaat geordend en is goed georganiseerd. Het is er schoon en rustig. Wekelijks is er een vergadering waarin eventuele conflicten worden opgelost. En dat met vrouwen die uit allerlei elkaar bevechtende bevolkingsgroepen afkomstig zijn: het kan!
Een dochter (13 jaar oud) heeft net de was gedaan (met de hand) en hangt het buiten op. Misschien is het over een paar dagen droog.
Eén van de chaukidors (bewaking) is in de weer met een blik. Bij gebrek aan een blikschaar gebruikt hij de botte kant van een groot (vlees)mes en slaat met de hamer op de scherpe kant. Het werkt. Of het mes nog is te gebruiken waarvoor het is bedoeld, weet ik niet.

Het is nu drie maanden vakantie voor de kinderen, want de scholen moeten bij gebrek aan geld voor verwarming sluiten. Maar iedere ochtend en iedere middag krijgen de kinderen les van Marzia, een van de betaalde medewerksters, dus het leren gaat gewoon door. De oudste kinderen gaan naar cursus Engels. Twee van de vrouwen ook. Zij hebben de school afgemaakt. En zij gaan ook naar een computercursus. Dat geeft hen daarna veel meer kans op werk. De andere vrouwen gaan na de vakantie (21 maart) weer naar hun alfabetiseringscursus. Eén van hen kan nu haar eigen naam schrijven: vol trots. Gisteren zag ik een moeder de cijfers schrijven tot 20. Haar dochter leerde het haar.
Vijf vrouwen hebben zich opgegeven voor een naaicursus. Shukria, de directrice, gaat dat nu organiseren. Er zit veel handel in het kopen van tweedehands kleding in Pakistan, dat hier verstellen en weer verkopen. Misschien lukt het ze om een bedrijfje op te zetten. Zij kunnen dan een eigen huis huren en nieuwe vrouwen kunnen in ons huis komen. Zo is er doorstroming en kunnen we meer vrouwen helpen bij de start van een zelfstandig leven.

De meeste kinderen hebben geen goede schoenen. Over een week is het Iedfeest. Het is de gewoonte hier dat dan iedereen nieuwe schoenen krijgt. Dat gaan wij ook doen. Alle moeders krijgen geld voor schoenen voor de kinderen. Ze gaan die dan zelf kopen. Zo verenigen we het nodige met het aangename.

Vanavond wordt er vast weer gezongen en gedanst. Ik verheug me er al op.

Deel 1

Mashhad
Hoewel niet ver van de grens met Afghanistan is Mashhad bepaald heel anders dan Kabul.
Er lopen veel vrouwen.Veel van hen in een zwarte chador, maar alle gezichten zijn onbedekt. Ik zag trouwens ook vrouwen in spijkerbroeken en korte jakjes of in een keurige damesbroek met ¾ jas er overheen, die zo uit Nederland had kunnen komen. En veel op schoenen met hoge hakken en lange punten. Maar wel met een hoofddoek. (Ik dus ook. Ik had er twee bij me, maar in het vliegtuig kreeg ik er een uitgereikt. Een witte. Ahmad moest en zou mij filmen als ik die sjaal kreeg en om deed. Volgens mij spatte de haat tegen die sjaal van mijn gezicht. We zullen het zien op de film. Hier doe ik mijn eigen zwarte sjaal maar om, want dat past beter in het straatbeeld.) Ik denk dat de verhouding mannen-vrouwen ongeveer 50-50 is.

Er lopen mannen en vrouwen hand in hand. Vrouwen hoeven hier niet achter de man te lopen, zoals in Afghanistan. In de winkels is ook vrouwelijk personeel.

Mannen gaan ook voor vrouwen opzij. En vrouwen voor mannen.

De winkels zijn groter en luxer dan in Kabul. Er is veel meer te koop. Zowel aan lekkernijen, als aan kruidenierswaren en kleding. Maar ik kon geen winkel vinden die digitale camera’s verkoopt. Niet dat ik die nodig heb, maar ik wilde het weten. En in het centrum heb ik geen winkels gezien voor computers. Wel met koelkasten en TV.

Iedereen gaapt me aan, zowel mannen als vrouwen. Maar de mannen lijken mij hier niet als een prostituee te zien. Ze kijken nieuwsgierig, net als de vrouwen. Als ik probeerde een man of vrouw in het Engels iets te vragen, waren ze allemaal vriendelijk. Bijna niemand spreekt trouwens Engels. Maar de weg uitleggen kan ook met gebaren.

Er is me verzekerd dat ik alleen door de stad kan lopen. En zo voelt het ook echt: ik voel me hier veilig.

Alle straten die ik heb gezien zijn geasfalteerd en zonder gaten en bobbels. Er rijden veel auto’s, allen (??) van Iraanse makelij. Ik zag veel Peugeots die hier in elkaar zijn gezet en veel Dyane’s. Verder allerlei Iraanse merken. Ook motoren van Iraanse merken, 250 cc. Die worden ook gebruikt als taxi. Ik heb slechts enkele helmen gezien. Over het algemeen zien de auto’s er moderner uit dan in Afghanistan. En heler.

Ik logeer in een luxe hotel. Er is voor mij geregeld dat ik de prijs voor Iraniërs betaal. Die is aanzienlijk lager dan die voor buitenlanders. Die heb ik hier trouwens nog niet gezien.
Er is volop elektriciteit, goed voor mijn westerse luxe op te laden apparatuur.
En, zoals in alle kamers, is er een keukentje waar je zelf kan koken.
Ook is er een luxe badkamer met wc (dus niet een hurktoilet) en douche.

Binnen is het heerlijk warm (CV), buiten is het lekker fris. Donderdag was er sneeuw gevallen. Het was nog even de vraag of we konden landen, of dat we terug moesten naar Teheran. Maar nee, de baan was niet glad. Het was natte sneeuw.

In dit hotel logeert een groep vrouwen uit Teheran. Zij zijn hier vanwege de verjaardag van imam Reza zondag.

Vrijdagavond hadden zij een feestje, waarop ik ook was uitgenodigd om met hen op Iraanse popmuziek te dansen. Zoals ik in Palestina zag, gaan ook hier de vrouwen helemaal los als er geen mannen bij zijn. Alle chadors en sjaals gaan af en er komen heel modern en luchtig geklede vrouwen te voorschijn. Ik moest natuurlijk ook dansen, maar helaas ben ik niet zo soepel in mijn heupen en armen. Op zo’n moment is het jammer dat ik niet de taal spreek, want ze hebben een lol!

Ik zag in de stad twee mensen die om geld vroegen, bedelaars. En een vrouw vroeg om geld voor een organisatie die weeskinderen in Iran helpt. Je krijgt een mooie ‘kwitantie’ voor 10.000 rupia, dat is ongeveer 80 eurocent. Die organisatie is destijds opgezet door Khomeini toen hij nog in Frankrijk woonde. Op deze manier bedruipt deze organisatie zichzelf. Slechts een enkele keer krijgt men een donatie uit een ander Arabisch land. 

Ik had  gedroogde abrikozen gekocht en hield het zakje voor Ahmad en Hossein op om er wat uit te halen. Op dat moment kwam er een man langs en die pakte er een paar. Ik was verbaasd, maar het bleek normaal te zijn: als iemand iets uitdeelt, mag iedereen die langs komt er iets van pakken. Later stond er een man met een soort grote gebaksdoos met koekjes erin. Steeds meer mensen kwamen er omheen staan en namen er van. Daarna loopt iedereen weer gewoon door.

Kortom: In Mashhad zag ik een heel ander Iran, dan ik vanuit de media in Nederland zou verwachten. Mensen kijken open en vriendelijk, ze komen niet gespannen over. Ook de opgeschoten jongens zijn niet opdringerig en luidruchtig. Als ik zo door de drukke straten loop, voelt het als een ontspannen en vrije samenleving.

Toch weten we via de media in Nederland dat er van alles gaande is in Iran. Hoe zich dat verhoudt tot het dagelijks leven in Iran is voor mij nu een vraag. In Nederland vraag je je dat niet eens af: het moet daar vreselijk zijn te leven. Maar van de politieke en andere spanningen in het land zie je in het oppervlakkige straatbeeld op het eerste gezicht en in een paar dagen niets terug. Toch is hier een dictatuur. De gevolgen hiervan voor het dagelijks leven komen bij mijn weten nooit in onze media. Wel de politieke gevolgen, zoals het gebrek aan vrijheid van meningsuiting, aantallen doden en andere ‘belangrijke’ gebeurtenissen. En daardoor ontstaat een bepaald beeld. Je vergeet dat er ook gewone mensen leven in dat land.

Ondanks dit alles is het wel duidelijk dat vrouwen hier een heel andere positie hebben dan in Afghanistan. Hier is dan ook een Sjiietische samenleving.

Ook dit is een verschil met Afghanistan: daar zie je al direct dat het met name voor vrouwen niet echt fijn is. Je proeft de angst voor de taliban, je voelt de armoede en de vernedering van vrouwen.

.......

Even het restje gedroogde abrikozen opeten als lunch. Die zijn hier zo lekker en zo zacht.
Vanavond een restaurantje zoeken waar ik wat rijst en groenten kan eten. Het is hier bijna onmogelijk om vegetariër te zijn.

...........
wordt vervolgd

Deel 2
vervolg

Zaterdag.
De stad is een pelgrimsoord, een heilige stad, omdat imam Reza hier is begraven, een kleinzoon van Mohammed.

Er is een heel groot complex, met verscheidene pleinen. Prachtige Iraanse architectuur en decoraties in de typisch Iraanse kleuren en motieven, gouden koepels en minaretten. 
Als je er in wil, moet je een chador aan. Veel vrouwen kwamen aanlopen met een tasje in de hand. Daaruit werd een chador gehaald. Die ging over hun gewone kleding en ze konden naar binnen.

Ik mocht er in, maar moest ook een chador aan. Daar had ik niet erg veel moeite mee, omdat die je gezicht vrij laat. (Je ziet in Iran geen burka’s, dat is typisch Afghaans.)

Ik had een heel lang gesprek met een ‘voorlichter’ voor buitenlanders. Ik vroeg naar de positie van vrouwen, de invloed van de ene richting binnen de islam op de andere en we spraken over het beeld dat in het westen over de islam bestaat en in Iran over het westen. Het was heel opvallend dat hij enkel en alleen vanuit de Qor’an sprak, hoewel ik telkens ook probeerde vanuit de cultuur en de politiek wat uitspraken los te peuteren. Pas op het laatst, toen het over de beeldvorming ging lukte dat een beetje. We waren het er wel over eens dat die beeldvorming aan beide kanten helder en reëler moet worden als we een vreedzame wereld willen hebben en zonder angst voor elkaar willen leven.

Toen ik terug was in het hotel was het feest voor de verjaardag van imam Reza al begonnen. Er waren zo’n 50 vrouwen samen en één van hen was een soort voorzangster, met een grote tamboerijn.

Dat feest is een religieus gebeuren. Die voorzangster zingt alsmaar door, iedereen zingt en klapt mee. Het gaat er gezellig luidruchtig aan toe. En daartussen zitten ook nog mensen met een mobiele telefoon te bellen. Tijdens het zingen hoorde ik regelmatig de namen Mohammed en Ali. Maar vooral heel vaak achter elkaar, als een soort mantra, de naam Reza. En de voorzangster zweepte af en toe de boel goed op. Sommige vrouwen zaten er tamelijk stil bij, anderen keken als in vervoering en weer anderen hadden de ogen dicht. Een paar keer werden er snoepjes in ‘het publiek’ gegooid. En er werd thee rondgedeeld.

Op een gegeven moment veranderde de muziek en begonnen er veel vrouwen uitbundig te huilen. Maar toen na ongeveer 10 minuten de stemming weer veranderde, ging het huilen over in even zo uitbundig lachen en klappen en zingen. Daarna werd er al zingend gebeden. Tot slot werden er koekjes en een soort gesmolten suiker uitgedeeld. En iedereen kreeg een zakje met fruit mee naar de eigen kamer. En toen was het feest voorbij. Alles bij elkaar duurde het twee uur.

Onder het diner (voor mij patat met 5 hele gekookte wortels en een halve bloemkool, dus vegetarisch) een heel gesprek gehad met een van de vrouwen. Zij is de enige die Engels spreekt. Over de situatie van vrouwen in Iran: die is goed. Zij hebben dezelfde rechten als mannen. Ze mogen alles studeren, ze mogen elk werk doen, ze erven hun deel en ze mogen hun eigen echtgenoot kiezen. Het enige probleem is de sjaal en de chador.

Over het grootste probleem van Iran: de corruptie en de slechte economische situatie voor de arbeiders in het land. (Ze zijn ook niet blij met al die Afghaanse vluchtelingen, want die nemen veel handel over.) Op mijn vraag of daar iets tegen kan worden gedaan: nee, we zijn allemaal te bang.

Zondag:
Omdat het gisteren een soort feestdag was, kon ik pas vandaag een bezoek brengen aan de fabriek die bakkerijmachines maakt. Had daar een heel goed gesprek. En heb nu heel veel informatie.

Kreeg, toen ik weer in het hotel terug was, een bakje met een lekkernij speciaal voor de verjaardag van imam Reza: rijst, gekookt met water en suiker. Het is best wel lekker, maar ook machtig.

Ben benieuwd wat de vegetarische schotel vanavond te bieden heeft.

Deel 3

Maandag 4 dec
Vlucht vanuit Mashhad naar Kabul geboekt, keurig op tijd op het vliegveld. Is de vlucht afgelast vanwege het slechte weer in Kabul. Komt u volgende week maar terug, dan vliegen we weer. Nou, nee dus. Wij wilden ons geld terug. Dat moesten we in Kabul doen. Ook dat ging niet door. Dan moet u maar naar het kantoor in Mashhad gaan waar u hebt geboekt. Ook daar nam Ahmad geen genoegen mee en na een fikse ruzie en dreigen met bellen naar de Nederlandse ambassade kreeg hij het voor elkaar dat we al ons geld terug kregen (en niet 90% zoals zij wilden).

Per taxi tot aan de grens met Afghanistan. Met 160 per uur ging dat in een paar uur. Bagage op een handkarretje en naar de douane. Ik met de paspoorten naar binnen. En toen was ik meteen in Afghanistan: zeer opdringerige jonge mannen, terwijl ik toch netjes mijn sjaal om had. Eén heb ik een peut met m’n elleboog gegeven.Kon meteen doorlopen langs een lange rij wachtenden, kreeg een groot stempel in mijn paspoort en kon doorgaan. Ahmad ook. Dus alles in de volgende taxi naar Herat.

Zodra je daar de grens over bent zie je de armoede en het vuil.
Maar ook het mooie woestijnachtige landschap in de ondergaande zon.
Hier en daar een dorp met lemen huizen met koepeldakjes (zodat de sneeuw en regen er vanaf glijdt). En hier en daar tenten van bedouïnen en kuddes schapen en kamelen met hun herders.

Dinsdag 5 dec.
In het koude hotel in Herat overnachtten meer mensen die niet naar Kabul kunnen gaan. Er worden allerlei redenen genoemd: het slechte weer, communicatiestoornis, verbod door de Amerikanen. Niemand weet wat de werkelijke reden is.

Het gerucht ging dat er dinsdag een vlucht zou zijn met een UN vliegtuig. Ahmad kent iemand in Kabul, die samenwerkt met de UN. Die probeert nu voor ons een plaats te krijgen in dat vliegtuig. En ik heb de Nederlandse ambassade in Kabul gebeld met dezelfde vraag. Zij zouden proberen een ticket voor ons te reserveren. En de burgemeester van Herat probeert iets te regelen. Na uren wachten in het kantoor van de UN hier kwam het bericht dat er morgen geen vlucht is.

Een UNman gaat nu morgen per auto naar Kabul. Dat moet via Kandahar. Dat is mij te gevaarlijk: je wordt regelmatig aangehouden door taliban en dat is niet best voor een buitenlandse vrouw. Een chauffeur die ons weer naar ons hotel bracht vertelde, dat hij vorige week van Kandahar naar Herat moest stoppen en zag dat een paar auto’s voor hem mensen uit de auto zijn gehaald en de keel werd doorgesneden.
Dat moeten wij dus maar niet doen.

Woensdag 6 dec. 
Eerst naar Kam Air geweest: geen vlucht. Toen naar Ariana: geen vlucht. Geen idee, wanneer er wel weer een vlucht is. Morgen? We weten het niet. Toen was er een gerucht: morgen is er een UNvlucht. De ambassade dus maar weer gebeld: we hoorden dat er morgen een UNvliegtuig vanuit Herat naar Kabul vliegt. Klopt dat en kunnen jullie voor ons een plaats reserveren?  Iemand zou naar het UNkantoor zou gaan om te boeken voor ons.

En aldus geschiedde:
Om half vier hadden we een ticket voor het UNvliegtuig morgen. En nu maar hopen dat al onze bagage meekan. En ja, dat kon, maar we moesten wel betalen. Die VN is niet zo scheutig; alleen met bonnen.

Vrijdag 8 dec
Eindelijk zijn we in Kabul. 
Een stad met sneeuw en hartstikke koud.
Wat ben ik blij dat alle kamers in het vrouwenhuis een houtkachel hebben. ’s Nachts vriest het 15 graden en overdag is het maar net boven nul. De kinderen hebben in de tuin een glijbaan gemaakt. Dikke pret dus.

Maar de andere kant is dat er geen water het huis kan binnen komen: de buitenkraan is bevroren. De mannen zijn nu druk bezig om dat te verhelpen.

Het is onmogelijk om hier bij een van de vrouwen op bezoek te gaan. Dat wil zeggen: waar ik ook ben, onmiddellijk zijn er ook hordes kinderen en moeders. En iedereen praat door elkaar. Daartussendoor probeer ik wat wijs te worden uit alle Afghaanse klanken en tekens en willen enkele kinderen in het Nederlands kunnen tellen tot honderd en willen andere weer een liedje in het Engels leren. (Nilofar, ze weten nog best wel veel!)

Ik had Rummikub mee genomen. Maar als een paar van de oudste kinderen dat proberen te spelen, bemoeit de hele meute zich er mee, tot aan de jongste van twee. Gelukkig spreekt een van de oudere jongens een beetje Engels; via hem kan ik ze af en toe tot rust manen. Maar met 26 kinderen in huis is het heel moeilijk om stilte te hebben.

Bij Shafi (een vluchteling, die terug moest met zijn familie) geweest en gepraat over het opbouwen van een bibliotheek. Er is één bibliotheek voor volwassenen voor de hele stad, maar niets voor kinderen. We gaan een plan maken om er een op te starten.

Zaterdag 10 dec
Een goede vergadering gehad met alle vrouwen en Shukaria en Marzia:
Alle vrouwen willen erg graag werken en voldoende geld verdienen om een huis te huren voor zichzelf. Ze kunnen bijna allemaal goed naaien en/of borduren. Maar ander werk willen ze ook graag doen. Ze willen allemaal dat hun kinderen de school afmaken.

Ze zijn blij dat ze voorlopig hier in huis kunnen wonen, want ze hebben nu een dak boven hun hoofd en in deze vreselijke kou een warme plek. Want iedere kamer heeft een houtkachel. Heerlijk warm. Ze vertelden mij ook dat hun kinderen nu blijer zijn dan vroeger.

Twee maanden geleden moest een vrouw haar kinderen volgens de regels van de cultuur afstaan aan de familie van haar overleden echtgenoot. Die familie woont in Kandahar.
Omdat ze niet gescheiden wil zijn van haar kinderen, moest ze mee naar Kandahar. Zo werd ze gedwongen om te trouwen met een broer van haar overleden man.

Ze heeft vijf maanden in het huis gewoond. Nu moet ze weer terug naar een omgeving waar veel geweld wordt gebruikt, tegen haar en tegen haar kinderen. Vooral haar oudste dochter was langzamerhand van een angstig vogeltje veranderd in een beetje normaal reagerend kind: ze kromp niet meer bij ieder woord en geluid in elkaar, maar begon mensen aan te kijken.

Deel 4

Iets over de politie:
Een verhaal: onze auto (gehuurd met chauffeur) werd aangehouden door de politie. Het bleek dat hij een nieuw nummerbord moest hebben. Maar om dat op te halen heeft de chauffeur drie weken de tijd. Toch moest dat onmiddellijk gebeuren van die agent. Onze chauffeur zei dat hij met ons naar een afspraak moest en dat wij Nederlanders zijn. Volgens hem heeft onze aanwezigheid er voor gezorgd dat hij niets hoefde betalen. Zo corrupt is de politie hier.
Om een andere reden waren op het hoofdbureau van politie. Daar hadden we een discussie over de oorzaken van de stijgende criminaliteit in Kabul: de armoede en de werkloosheid.
De rechercheur klaagde dat ze bijna niets kunnen doen: voor elke actie moeten ze toestemming hebben van de Amerikanen.

Er wonen nu 9 vrouwen in het huis en 26 kinderen. (De vrouw die naar Kandahar is vertrokken had drie kinderen en een vrouw met 6 kinderen is voor haar in de plaats gekomen.)
Iedereen is best wel tevreden. Er is geen ruzie tussen de vrouwen. De kinderen gaan allemaal goed met elkaar om. De oudsten zorgen voor de kleintjes.

De vrouwen doen heel veel samen. Eén vrouw zondert zich nogal af. Dat is heel abnormaal in deze samenleving: nooit is hier iemand alleen, iedereen bemoeit zich met iedereen. Het blijkt dat deze vrouw behoorlijk depressief is.

Ik was op bezoek bij de Shiitische universiteit, waar een grote vrouwenafdeling is. Zij hebben een soort ‘spreekuur’ voor psychische hulp voor vrouwen. Shukaria kan met hun contact opnemen om ‘onze’ vrouw te helpen. Hopelijk lukt dat.

Voor mij is een groot probleem dat veel van de kinderen op blote voeten lopen. En daar is het veel te koud voor. Ook in huis. Want alleen in de kamers zijn kachels, in de hallen niet. Als ik terug ben, moet er maar een schoenenactie worden gehouden. En de ISAF wil alles hopelijk weer vervoeren. Ook wil ik proberen heel veel warme pantoffels voor de kinderen te verzamelen. De dekens waren zeer welkom en worden in alle kamers volop gebruikt.

Er is weer eens stroom: alle kinderen voor de TV, die alleen maar een sneeuw-beeld geeft. Maar ze genieten. Een van de chaukidors (bewaking) probeert een antenne te plaatsen, die beter werkt. Straks zal er wel weer Rummikub moeten worden gespeeld.
(Intussen is er inderdaad soms een iets beter beeld op de TV.)

De scholen zijn nu gesloten. Drie maanden lang. Op scholen is geen verwarming, Daar is geen geld voor. In april is het weer warm genoeg om de scholen te openen.
Tijdens de vakantiemaanden werkt Marzia iedere dag met de kinderen: schrijven, lezen, dus Dari, sinds kort ook tekenen. Van een kennis kregen we veel leermateriaal voor de lagere school, dat zonder geschreven taal gebruikt kan worden. Ik kon weer even mijn onderwijzershart gebruiken om er meerdere werkvormen mee te bedenken, te gebruiken voor kinderen van allerlei leeftijden. Er zijn mooie verhalen geschreven in het Dari en zelfs door de oudsten in het Engels. (Want ook dat wordt iedere dag geoefend.) Er wordt veel getekend en geknutseld met papier. Er wordt echt hard en heel serieus door de kinderen geleerd. Een tafel ligt vol met knutselwerkjes en inderdaad kijken de moeders er af en toe ook naar. 
Er komt nu een prikbord te hangen om ‘exposities’ te maken van werk van de kinderen. Zo kan ieder kind aan bod komen.

Een van de moeders heeft een mooie stem en kan goed zingen. Ik heb gevraagd of zij de kinderen onder ‘schooltijd’ liedjes wil leren die in de Afghaanse cultuur bekend zijn. Hopelijk gaat ze dat ook echt doen. Want in deze cultuur wordt altijd ‘ja’ gezegd. Maar of ze dat ook echt bedoelen, merk je pas later.

Gisteren speelden we Rummikub. Na een uur vond een van de moeders het genoeg: er moest maar eens gedanst worden. Maar ik zei dat ik het spel uit wilde maken. En toen het zover was, wilde niemand dansen. Ik denk dat de moeders spelen slechts zien als tijdverdrijf.
Er is ook bijna geen speelgoed. Wat er is, is netjes opgeborgen in de kast. Ik moet iedereen duidelijk maken, dat spelen een functie heeft. Donderdag is er vergadering, dan ga ik vertellen hoe wij er in Nederland tegenaan kijken. Misschien slaat het aan. Bij sommige (intelligentere) moeders vast wel. Er moet een speelgoedhoek komen, waar ieder kind iets van kan gebruiken. De kinderen moeten dan ook leren het weer terug te zetten, zodat er door een ander mee kan worden gespeeld.

Gesprek met de directeur van de privé Shiitische  universiteit. Het is een religieuze universiteit en deze directeur is heel invloedrijk: hij heeft zo zijn eigen ideeën over politiek, over de ontwikkeling van Afghanistan (“geen globalisering, wat we nodig hebben moet hier worden gemaakt, niet gekocht in het westen, een buitenlander mag hier wel iets opstarten en er aan verdienen, maar Afghanen moeten er iets aan hebben”). Iedereen, arm of rijk, oud of jong mag bij hem binnen komen voor advies, ook Karzai heeft regelmatig contact met hem en dan schijnt hij werkelijk te zeggen waar het op staat.
En weer het verhaal dat mannen en vrouwen gelijk zijn, maar dat dat niet mag leiden tot misbruik. Toen ik vroeg welk misbruik hij bedoelde, zei hij dat het gaat om misbruik van vrouwen door mannen. Dat verhaal hoorde ik ook al in Iran. Voor mijn gevoel zitten er nog een flink aantal schakels tussen, maar daar praatte ook deze man omheen, ook toen ik er rechtstreeks naar vroeg.

Met enkele vrouwen van het huis ben ik naar de vrouwentuin geweest. We hebben daar inspiratie opgedaan voor naaiwerk, dat ze nog deze week zeggen te kunnen maken. Dat neem ik dan mee naar Nederland om bij Fair Trade te laten zien. Misschien kunnen we wat afzet creëren.


Vanmiddag bij Omar en Masouda op bezoek geweest. Zij waren vluchteling in Nederland, maar kregen geen verblijf en moesten terug. Ze hadden een heel duur huis, maar nu hebben ze een huis gevonden met een keuken en twee kamers voor $ 50 per maand en dat is nu betaalbaar. Omar werkt op een kantoor bij een ministerie en verdient $ 80 per maand, dus ze kunnen het nu allemaal net redden. Misschien kan hij of een van zijn broers bij een van onze werkgelegenheidsprojecten komen werken. Want die is wel voor vrouwen, maar je kunt hier niet een bedrijf hebben, waar geen mannen werken. Vooral de functies die te maken hebben met contacten met buiten, moeten (voorlopig nog) door mannen worden vervuld.

Intussen wordt er nu bijna iedere avond (als er geen stroom en dus TV is, getrommeld door onze muzikale vrouw en gedanst door de kinderen.

Deel 5

21 december: 
Omdat mijn tas was gestolen, net toen ik van de Nederlandse ambassade kwam, dus mijn paspoort bij me had, en net een heleboel geld had gewisseld, ben ik alles kwijt. Het verhaal over de politie is een boek waard. Maar niets is tot nu toe terug gevonden, ondanks een telefoontje van een zekere Farid, die mijn paspoort zou hebben gevonden.

Ook mijn ticket zat nog in mijn tas. Maar dat kon worden geregeld via het kantoor van de vliegmaatschappij in Mashhad.
Dat betekent dat ik nu naar Masshad moet. Daar gaat pas volgende week een vliegtuig naar toe. Dus moet ik eerst naar Herat.

Vanmiddag gefaxd, ticket gezocht en eindelijk gevonden: naar Herat, morgen. Heb nog geen visum, er schijnt een consulaat te zijn in Herat. Maar is dat wel open? Volgens Ahmad niet, Ik kan altijd nog naar de burgemeester gaan en ik heb het telefoonnummer van een vriend van de chauffeur. Maar dat garandeert nog steeds niet dat ik Iran in kom.

22 december: 
naar Herat. Zat naast een jongeman die met zijn moeder naar Peshawar was geweest voor een operatie. Zijn hele familie kwam hen ophalen. Eén van zijn broers spreekt goed Engels; hij is reporter van de BBC. Die bracht me naar het hotel. Handig, die gastvrijheid.

23 december: 
Ik wilde vroeg naar het Iraanse consulaat. Maar na een telefoontje van de hotel-eigenaar bleek dat pas om 10 uur open te gaan.

Ik was er dus om 10 uur. Net als in Kabul staan ook hier rijen wachtende Afghanen. Zij willen allemaal tijdens de winter in Iran werken, omdat daar werk is en omdat het weer daar beter is. Gelukkig gaan buitenlanders altijd voor, dus hoefde ik niet lang voor de poort te staan.
Even de papieren invullen en naar de bank om te betalen en een uur later zou ik mijn visum kunnen ophalen.

Nee dus. “Your passport is not valid.” Het laisser passer dat ik heb is slechts een maand geldig en de regel is dat je alleen een Iraans visum krijgt als je paspoort nog minimaal 6 maanden geldig is. Dat blijkt ook te gelden voor een laisser passer. Maar dat kan nooit, omdat dat hoogstens een maand kan zijn. (Een Iraans laisser passer trouwens slechts 20 dagen.) Na mijn vraag ‘Wat nu te doen?’ en mijn uitleg dat ik dan weer terug moet naar Kabul, een nieuw ticket kopen via Dubai naar Düsseldorf, terwijl mijn ticket klaar ligt in Mashhad, zei de Engels sprekende ambtenaar dat hij het zou proberen.

En verdraaid: na een half uur was het visum er; voor 3 dagen, maar dat is genoeg.

Nu nog de tocht naar Mashhad:
Ik zou om half twee vertrekken. Met een taxi naar Mashhad.
Het is nu kwart over een. Met een Amerikaanse Afghaan komt de hotellier vertellen dat de grens met Iran is gesloten en dat de politie er mensen heeft gearresteerd. Misschien is hij morgen weer open. Of vanavond. Niemand weet het. “Wat als de grens morgen nog niet open is?” vraag ik. “Want mijn vlucht is morgenavond.” Iedereen haalt hier gelaten zijn schouders op: ”Wat kunnen we doen?”
Maar om 14.45 uur zat ik in een auto op weg naar Iran.

Na 100 km en 1 ½ uur rijden kom je bij de grens. Ik opgewekt met mijn paspoort naar de douane. Om Iran in te komen, moet je eerst Afghanistan uit. En daar ging het mis. Je kunt er niet uit zonder stempel op je visum. Maar het visum zit in het gestolen paspoort. Dat heb ik dus niet. Hoe ik ook praatte, en de papieren van de politie liet zien, niets hielp. Ik moest weer terug naar Herat. “Morgen wordt het opgelost.”
Nu ging ik met de bus. Dat is een belevenis op zichzelf. Een hele bus voor 10 mannen en ik. Maar vol met allerlei koopwaar, pakken rijst enz. En iedereen wist waar het Aryana hotel was en zou wel zorgen dat ik daar kwam.
Uiteindelijk is de bus de stad ingereden en liep ik het laatste stukje onder escorte van drie mannen naar het hotel. Gelukkig wist ik zelf de weg.
Om half acht was ik weer terug van waar ik  5 uur daarvoor vertrok.

24 december:
 Om negen uur bij het ministerie voor buitenlandse zaken in Herat. Er moet een uitnodigingsbrief komen van de organisatie, die moet naar het ministerie in Kabul. Zij kunnen dan een email sturen naar Herat en klaar is Kees. Kom over een uurtje terug.
Dus Shukria naar AWN voor een brief, met de brief naar het ministerie, maar nee, helaas: er moet een brief zijn van de Nederlandse ambassade.
Geen nood: de ambassade gebeld en Shukria kan daarheen om de brief te halen.
Intussen is het 12 uur. Om vijf uur sluit het kantoor van de vliegmaatschappij in Mashhad. En van Herat naar Mashhad is 336 km.

Bovendien sluit het ministerie in Herat tussen 12 en 14 uur. En shukria heeft tijd nodig voor de Nederlandse ambassade en daarna voor het ministerie in Kabul.
Dus komt met vereende krachten in het hotel het plan naar boven om gewoon naar de grens te gaan en te zien wat er gaat gebeuren.

De hotel manager (Hamid) gaat met me mee. 
Bij de grens rijdt de taxi zo ver mogelijk door. Maar het is niet mogelijk voor mij om gewoon door te lopen: er zijn te veel politiemensen buiten het gebouw. Dus gaat Hamid toch maar met mijn paspoort naar binnen. Even later komt hij naar buiten samen met een militair mannetje. Ze gaan om de hoek staan en na 5 minuten komt Hamid met mijn paspoort terug en mogen we door rijden. Het kostte € 50.

Nooit gedacht dat ik daar ooit aan mee zou doen. Maar ik wilde deze vlucht halen. Anders had ik nog een dag of drie in Herat moeten blijven of terug gemoeten naar Kabul.
Eindelijk op het vliegveld in Mashhad. Maar daar was mijn ticket niet. Dus weer in een taxi naar het bureau van de vliegmaatschappij in de stad. Een van de medewerkers was zo vriendelijk om te wachten op mij tot 8 uur, terwijl ze om 4 uur sluiten.


En verdraaid, we zitten nu echt op het vliegveld in Teheran. Over een paar uur vliegen we naar Düsseldorf. Zou ik dan toch echt nog thuis komen op de geplande tijd? Ik mag het hopen, want ik heb er nu echt genoeg van. En ben doodmoe.


Iran is een mooi land: de wegen zijn heel. De mensen zien er goed uit. Eigenlijk heel westers, ook de vrouwen. Alleen hebben ze een zwarte hoofddoek. Mannen en vrouwen doen normaal tegen elkaar: armen om elkaar heen, aandacht voor elkaar en je voelt dat het geen gearrangeerde huwelijken zijn. Dat is heel mooi, want dat voelt ook voor mij goed.


Nu we op het internationale vliegveld zijn, permitteer ik me om die hoofddoek af te doen. Nu moeten ze mij maar respecteren. Ik heb lang genoeg met dat ding gelopen. Nu andersom. Het voelt tenminste een stuk beter. Dus houd ik hem nu af. 


Ahmad is weer aan het filmen, nu ik zit te typen.